Het Woord van de Maand

Hallo allemaal,
 
Gegroet in de naam van onze Heer en heiland our Lord Jezus,
 
Hierbij het verlag van de samenkomst van 12 april 2012.

De nadruk lag deze keer op het opwekkingsnummer 479:

Wij zijn meer dan overwinnaars
door Hem die ons heeft liefgehad.
Wie zal ons nog kunnen scheiden
van de liefde van de Heer.

Want als God voor ons is,
wie is er tegen ons.
Hij die zelfs zijn eigen Zoon
niet gespaard heeft van de dood.
Hij is gestorven
en Hij is opgestaan.
Ja, Hij troont nu in de hemel,
aan de rechterhand van God.

Al worden wij vervolgd,
al worden wij gedood,
wij zijn meer dan overwinnaars
door Jezus onze Heer.
Noch dood, noch leven,
heden of toekomst,
niets zal ons nog kunnen scheiden
van de liefde van de Heer.

Na een stille tijd die de aanwezigen hadden met de Heer, werd bovenstaande bevestigd. Jozua, de door God aangewezen opvolger van Mozes, wint strijd na strijd in de overname van de door God aangewezen stukken landen dat bestemd was voor Zijn volk. Maar ook zien we dat er zich een situatie voordoet waarbij een verlies wordt geleden tijdens een poging tot bezetting van slechts een kleine stad. Jozua en het volk zochten God niet om raad te vragen alvorens de stad in te nemen.
Zoeken wij God als wij voor belangrijke keuzes staan? Ook al lijkt alles erop dat het plan zal slagen? Met God overwinnen wij zelfs onwerkelijke- en onmogelijk grote problemen, maar zonder Hem kunnen we zelfs falen in de makkelijkste opdrachten.
Aansluitend hierop kwam een andere zuster met een opwekkingsnummer naar voren waarin staat :
"Geef je plannen en tijd aan God en je zult overwinnen"

Een andere broeder en zuster spraken over het belang van bidden en getuigen om in de overwinning komen te staan.

Vervolgens komt de pianospeelster met een bijzonder en opbouwend beeld wat ze ontvangen had;
Het was een blik in de hemel waar engelen voor de troon van God stonden. Er was een enorme bedrijvigheid daar. De kleuren waren overweldigende mooi en leken op die van smaragd en edelstenen. Het nieuwe Jeruzalem kwam naar beneden en de bruidstafel werd zichtbaar.

Verder vertelt de pastor over wat hij zag in de geest;
Een man komt binnen tijdens de lofprijs en gaat vervolgens weg. Even later komt hij weer terug.
Het was de Here Jezus. Mensen hadden de tekenen gezien maar herkende de Heer niet...
Kies heden wie gij dienen wilt! is hier de boodschap. God is de hoogste Heer. Aanbidt Hem!
Laten we al onze tijd aan God geven en tevens uitleven wat we zingen.

Een andere broeder kreeg het evangelie van Matteus op zijn hart. In vogelvlucht dacht hij aan de geboorte van Jezus, het aanstellen van de eerste discipelen, de eerste genezingen, het onderricht en de wonderen.
Door middel van dit alles leert Jezus ons hoe wij Christenen dienen te zijn en niet vanuit het vlees te denken.
Hij laat ons als het ware door Zijn ogen kijken om ons te laten zien wat Gods wil is.
Het offer dat Hij bracht ging niet zonder angst. Ook Jezus kon kiezen en gelukkig heeft Hij de wil van God uitgevoerd.

Een broeder van ons wil zich laten dopen. Hij krijgt op zijn hart gedrukt dat hij Gods stem beter zal leren verstaan na zijn doop.

Daarop aansluitend vertelt eeen broeder wat hij opgeschreven had en hoe bijzonder dat aansluit bij het horen van Gods stem:
‘Wie oren heeft om te horen die luistert naar wat de Geest tegen de gemeente te zeggen heeft.
We horen over de Here Jezus - er wordt een zaadje geplant - maar laten wij het groeien, of vergeten wij dit (in de loop van de tijd)? Laten wij de Duivel komen om het zaad weer weg te schoffelen?‘

Dan heeft Ronnie Lievens nog een opmerking:
‘Laten wij uitkijken voor (mensen met) geesten van misleiding!

Tot slot komt een zuster komt met Ezechiel hoofdstuk 7 met als thema "Het einde komt":

1 De HEER richtte zich tot mij:
2 ‘Mensenkind, dit is wat God, de HEER, zegt over het land van Israël:
Het einde komt, het komt van alle kanten over je.
3 Nu is voor jou het einde aangebroken,
ik zal mijn woede op je koelen, je straffen voor je daden,
je laten boeten voor je wangedrag.
4 Ik zal geen medelijden tonen, geen medelijden kennen,
je zult boeten voor je daden, je wangedrag keert zich tegen je –
en jullie zullen weten dat ik de HEER ben.

5 Dit zegt God, de HEER:
Er komt een ramp, een ramp als nooit tevoren,
6-7 het einde komt, het nadert, het is daar,
het einde komt, de ondergang voor jullie die dit land bewonen.
De dag dat er paniek heerst is nabij,
de tijd dat de vreugdekreet verstomt op de bergen. 7 [6–7]
8 Over jou stort ik mijn toorn uit, op jou koel ik mijn woede,
ik zal je straffen voor je daden, je laten boeten voor je wangedrag.
9 Ik zal geen medelijden tonen, geen medelijden kennen,
je zult boeten voor je daden, je wangedrag keert zich tegen je.
Jullie zullen weten dat ik, de HEER, het ben die jullie geselt.

10 De dag is nabij, de ondergang nadert,
er bloeit een staf, zijn bloem heet hoogmoed.
11 Het geweld groeit, het kwaad regeert.
Niets blijft er over van het volk,
niets van hun pracht, hun opschik of hun praal.
12 Die tijd komt dichterbij, die dag nadert.
Laat de koper niet blij zijn, de handelaar niet treuren:
alle rijkdom in dit land wordt door mijn toorn getroffen.
13 Al zouden beiden overleven,
de koopman ziet zijn koopwaar niet terug.
De profetie over dit land wordt niet herroepen,
wie schuldig is wordt niet gespaard!
14 De krijgstrompet weerklinkt, de strijd wordt voorbereid,
maar niemand trekt ten strijde: mijn toorn verlamt dit rijke land.
15 Buiten regeert het zwaard, binnen heersen pest en honger,
wie op het veld is zal sterven door het zwaard,
wie in de stad is wordt getroffen door de honger en de pest.
16 Wie toch ontkomen, zijn als duiven uit het dal –
verdreven naar de bergen, kermend in hun schuld.
17 Het water loopt hun langs de benen, hun armen worden slap,
18 ze gaan gehuld in het zwart, ze sidderen en beven,
hun ogen zijn beschaamd, hun schedels kaalgeschoren.
19 Hun zilver gooien ze op straat, hun goud ligt in het slijk,
als de toorn van de HEER hen treft, kan goud noch zilver hen redden.
Hun maag blijft leeg, de honger blijft hen kwellen,
goud en zilver brachten hen ten val.
20 Ik laat hen gruwen van hun rijke schatten,
gruwen van de schatten die hun trots uitmaakten.
Ze hebben er afschuwelijke beelden van gemaakt!
21 Barbaren zullen ze ontvreemden,
misdadigers ze roven en ontwijden.
22 Ik keer mijn gelaat af van mijn volk,
en de plaats die mij het liefst is
wordt door rovers platgetreden en ontwijd.

23 Leg de ketenen klaar!
Vol bloed is het land, de stad vol geweld!
24 Wrede volken vallen aan,
ze dringen de huizen binnen.
Aan de hoogmoed van de machtigen maak ik een einde,
al wat hun heilig is, wordt ontwijd.
25 Doodsangst overvalt hen, vrede is onvindbaar,
26 slag volgt op slag, onheilstijding op onheilstijding.
Vergeefs vragen ze profeten om een openbaring,
priesters om onderricht, oudsten om raad.
27 De koning gaat in rouw gekleed, de vorst toont zich ontzet,
en het volk staat verlamd van schrik.
Ze zullen boeten voor hun daden, ik zal hen straffen zoals ze verdienen.
Ze zullen weten dat ik de HEER ben!’

Met broedergroet,
Roel van de Kerkhof

 

Links naar eerdere Woorden van de Maand:
Woord 11 November 2010