Bikers For Christ Rushing Wind O

Het Woord van de Maand

Hallo allemaal,
 
Gegroet in de naam van onze Heer en heiland our Lord Jezus,
 
Hieronder volgt het verslag van Donderdag 11-11-10 jl.
 
De broeders spraken cq kregen door dat we goed zijn zoals we zijn,dat we de Heer volgen om Hem te dienen,Hij die tevens de verloorne zoekt. De Heer omringt ons ook met zijn engelen,maar het is zaak om open te staan opdat we ze ook in ons leven mogen ervaren.
Hij is onze trooster de Heilige Geest en we zouden allen ons oog op Hm gericht moeten houden onze leidsman en voleinder van het geloof.Laat ons gehoorzaam zijn aan Hem die ons zo lief heeft.
Onze God is lank moedig(geduldig)Hosea 3
DE Heer wil ook dat we blij zijn en dansen van plezier.
 
TRevens moeten we beseffen dat het nog zwaarder wordt eer zijn gerechtigheid komt,is dit niet herkenbaar voor ons allen,door vele verdrukkingen het koninkrijk binnen te gaan.
Laten we ons hoofd omhoog richten,nu we zien dat zijn kost aanstaande is.
We behoren door te zetten,de wedloop lopende en bovenal ontzag voor de Here hebben,dan zal voor ons allen de zon van gerechtigheid over oons leven opgaan.
 
Jes.51: 4-5
Mijn volk, luister aandachtig naar mij,
mijn natie, leen mij je oor.
De wet vindt zijn oorsprong in mij,
en mijn recht zal een licht zijn voor alle volken.
In een oogwenk breng ik de zege nabij,
de hulp die ik bied is al onderweg;
ik zal krachtig rechtspreken over de volken.
De eilanden hebben hun hoop op mij gevestigd,
ze zien uit naar mijn krachtig optreden.
 
Nog meerder bijbel teksten werden er ontvangen Gal 3:26-29,hebr.12:7-9,Jac.4:1-5, 2Joh1:7-11.
Hieronder de teksten
 
want door het geloof en in Christus Jezus bent u allen kinderen van God. 27 U allen die door de doop één met Christus bent geworden, hebt u met Christus omkleed. 28 Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Christus Jezus. 29 En omdat u Christus toebehoort, bent u nakomelingen van Abraham, erfgenamen volgens de belofte.
 
’ 7 Houd vol, het betreft hier immers een leerschool, God behandelt u als zijn kinderen. Welk kind wordt niet door zijn vader berispt? 8 Maar als u die leerschool niet doorloopt zoals alle anderen vóór u, dan bent u geen kinderen, maar bastaards. 9 Daar komt nog bij dat wij voor onze aardse vaders, door wie we werden opgevoed, respect hadden; hoeveel te meer zullen we ons dan niet onderwerpen aan het gezag van de Vader van alle geesten, en dan leven?
 
Onderwerp u aan God
4
1 Waar komt al die strijd, waar komen al die conflicten bij u toch uit voort? Is het niet uit de hartstochten die strijd leveren in uw binnenste? 2 U verlangt naar iets, maar krijgt het niet. U bent jaloers en moordlustig, maar bereikt uw doel niet. U bekvecht en twist met elkaar. U krijgt niets omdat u niet bidt. 3 En als u bidt ontvangt u niets, omdat u verkeerd bidt: u wilt alleen uw eigen hartstochten bevredigen. 4 Trouwelozen! Beseft u dan niet dat vriendschap met de wereld vijandschap jegens God betekent? Wie bevriend wil zijn met de wereld, maakt zich tot vijand van God. 5 Denk toch niet dat dit loze woorden zijn in de Schrift: ‘Hij die ons het leven gaf, maakt er vurig aanspraak op;
 
7 Er zijn veel dwaalleraren in de wereld verschenen die de komst van Jezus Christus als mens niet belijden. Dat nu is de verleider, de antichrist! 8 Wees op uw hoede en verspeel niet wat we bereikt hebben, maar zorg dat u het volle loon ontvangt. 9 Wie niet bij de leer van Christus blijft maar verder wil gaan, heeft God niet. Wie bij die leer blijft, heeft zowel de Vader als de Zoon. 10 Als er iemand bij u komt die deze leer niet uitdraagt, ontvang hem dan niet in uw huis en groet hem niet, 11 want wie zo iemand groet, is medeplichtig aan zijn kwalijke praktijken.
God zei ook dat we moeten weten dat we in hem geborgen zijn ,laat af en weet dat God God is.Het is ook nog steeds mogelijk om in deze roerige tijden de Heer zijn rust te vinden,mijn vrede geef ik u mijn vrede laat ik u. Spoedig zal de benauwdheid van Jacob aan breken. Laat de doden hun doden begraven.
 
Het lied kwam in het hart van een broeder.
 
Spoiedig zullen wij u zien en voor eeuwig bij u wezen en u erkennen zoals u bent
nooit meer zorgen ,nooit meer pijn ,want wij zullen op u lijken eb u erkennen zoals u bent,amen,amen..........
 
De zusters kregen de woorden uit EF 1:3-7 op d'r hart
 
LOf en DANK
 
Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in de hemelsferen, in Christus, met talrijke geestelijke zegeningen heeft gezegend.
4 In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor hem heilig en zuiver te zijn, 5 en hij heeft ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd om in Jezus Christus zijn kinderen te worden, 6 tot eer van de grootheid van Gods genade, ons geschonken in zijn geliefde Zoon.
7 In hem zijn wij door zijn bloed verlost en zijn onze zonden vergeven, dankzij de rijke genade 8 die God ons in overvloed heeft geschonken
 
Het kopje erboven begint met lof en dank,laten we dat boven al niet vergeten om Hem lof te geven en om alles te danken.
 
Een ander lied werd doorgegeven
 
Jezus als ik aan uw offer denk.
 
we behoren ons kruis op te nemen en dat is lijden ,maar als dat om zijnend wil is dan is het een goed lijden.Jezus leed ook voor ons
 
DE Heer regeert ook nog vandaag er is heel veel beweging in de hemelse gewesten en we moeten zien waar we zitten en onze positie innemen.
De hemel is op orde aan het komen om de bruid te ontvangen.
Mensen wes gewaarschuwd de Duivel gaat rond KIJKENDE wie hij nog kan verslinden.
Weet dat de duivelalle registers open trekt om ons te laten vallen,maar weet dat de duivel ons niet kan roven uit zijn hand.
 
Marcus 4;24-34
Joh15:11-17
Rom6:1
Ef4:14-21 voorbede doen voor elkander
 
24 Hij zei ook tegen hen: ‘Let goed op wat je hoort: met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden, en er zal je zelfs meer worden toebedeeld. 25 Want wie heeft zal nog meer krijgen; maar wie niets heeft zal zelfs het laatste worden ontnomen.’
26 En hij zei: ‘Het is met het koninkrijk van God als met een mens die zaad uitstrooit op de aarde: 27 hij slaapt en staat weer op, dag in dag uit, terwijl het zaad ontkiemt en opschiet, ook al weet hij niet hoe. 28 De aarde brengt uit zichzelf vrucht voort, eerst de halm, dan de aar, en dan het rijpe graan in de aar. 29 Maar zo gauw het graan het toelaat, slaat hij er de sikkel in, omdat het tijd is voor de oogst.’
30 En hij zei: ‘Waarmee kunnen we het koninkrijk van God vergelijken en door welke gelijkenis kunnen we het voorstellen? 31 Het is als een zaadje van de mosterdplant, het kleinste van alle zaden op aarde wanneer het gezaaid wordt. 32 Maar als het na het zaaien opschiet, wordt het het grootste van alle planten en krijgt het grote takken, zodat de vogels van de hemel in zijn schaduw kunnen nestelen.’
33 Met zulke en andere gelijkenissen verkondigde hij hun Gods boodschap, voor zover ze die konden begrijpen; 34 hij sprak alleen in gelijkenissen tegen hen, maar wanneer hij alleen was met zijn leerlingen, verklaarde hij hun alles.
Vijf confrontaties: geloof en ongeloof
 
11 Dit zeg ik tegen jullie om je mijn vreugde te geven, dan zal je vreugde volkomen zijn. 12 Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals ik jullie heb liefgehad. 13 Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden. 14 Jullie zijn mijn vrienden wanneer je doet wat ik zeg. 15 Ik noem jullie geen slaven meer, want een slaaf weet niet wat zijn meester doet; vrienden noem ik jullie, omdat ik alles wat ik van de Vader heb gehoord, aan jullie bekendgemaakt heb. 16 Jullie hebben niet mij uitgekozen, maar ik jullie, en ik heb jullie opgedragen om op weg te gaan en vrucht te dragen, blijvende vrucht. Wat je de Vader in mijn naam vraagt, zal hij je geven. 17 Dit draag ik jullie op: heb elkaar lief.
 
 18 en bevrijd van de zonde hebt u zich in dienst gesteld van de gerechtigheid.
 
14 Dan zijn we geen onmondige kinderen meer die stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien, met wat er maar verkondigd wordt door mensen die tot alles in staat zijn wanneer ze anderen listig en doortrapt op een dwaalspoor willen brengen. 15 Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is: Christus. 16 Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde.
17 Op gezag van de Heer zeg ik u dus met klem: ga niet langer de weg van de heidenen met hun loze denkbeelden. 18 In hun geest heerst duisternis en ze zijn vervreemd van het leven met God, omdat ze hem niet kennen en hun hart voor hem gesloten hebben. 19 Afgestompt als ze zijn, geven ze zich over aan losbandigheid en storten ze zich in allerlei zedeloze praktijken. 20 Maar zo hebt u Christus niet leren kennen! 21 U hebt toch over hem gehoord, u hebt toch onderricht over hem gekregen? Door Jezus wordt duidelijk
 
Nog ene waarschuwing
 
Hebr 3:7-19
 
7 De heilige Geest zegt immers:
‘Horen jullie vandaag zijn stem,
8 wees dan niet koppig, als tijdens de opstand,
toen jullie mij beproefden in de woestijn,
9 waar jullie voorouders mij op de proef stelden en tartten,
hoewel ze mijn daden hadden gezien, 10 veertig jaar lang.
Daarom werd die generatie door mijn woede getroffen, ik zei:
“Altijd weer dwaalt hun hart,
mijn wegen kennen ze niet.”
11 En in mijn toorn heb ik gezworen:
“Nooit zullen ze binnengaan in mijn rust.”’
12 Zie er dus op toe, broeders en zusters, dat niemand van u door een kwaadwillig, ongelovig hart afvallig wordt van de levende God, 13 maar wijs elkaar terecht, elke dag dat dit ‘vandaag’ nog geldt, opdat niemand van u halsstarrig wordt omdat hij door zonde verleid werd. 14 Want alleen als we tot het einde toe resoluut vasthouden aan ons aanvankelijk vertrouwen, blijven we deelgenoten van Christus. 15 Wanneer er gezegd wordt ‘Horen jullie vandaag zijn stem, wees dan niet koppig, als tijdens de opstand’ – 16 wie waren het dan die zijn stem hoorden en toch opstandig werden? Waren dat niet degenen die onder Mozes’ leiding uit Egypte waren weggetrokken? 17 Wie werden veertig jaar lang door zijn woede getroffen? Waren dat niet degenen die gezondigd hadden en van wie de lijken neervielen in de woestijn? 18 En aan wie zwoer hij dat ze niet zouden binnengaan in zijn rust – toch zeker aan hen die ongehoorzaam waren? 19 Zo zien we dat zij er niet konden binnengaan vanwege hun ongeloof.
 
Ton Donders